jaarwisseling
In deze laatste week van 2019 kijk ik terug op een interessant jaar. Ik ben aardig opgeschoten met mijn nieuwe roman en de eerste versie is nu echt bijna af. Ik had gehoopt wat verder te komen en ik verbaas me erover hoe snel de tijd gaat en hoe weinig tijd er naast mijn baan en gezin overblijft voor schrijven. Maar ik heb geen haast en ik ben ervan overtuigd dat het boek beter wordt als ik er de tijd voor neem. Bovendien vind ik het ook heerlijk om boeken van anderen te lezen. Elk jaar lees ik ook een aantal boeken die over schrijven gaan, omdat het me meestal veel nieuwe ideeën oplevert en ik er veel van leer. In deze blogpost een top zes van de (schrijf)boeken die ik in 2019 las en waar ik het meest aan heb gehad.


DahlkinderZo af en toe nemen we onze twee pubers mee naar het theater. Zelf had ik het voorrecht dat mijn ouders me toen ik jong was kennis lieten maken met theater en concerten en dat gun ik onze kinderen ook. Ik probeer wel altijd iets uit te zoeken wat de kinderen aanspreekt. De ene keer lukt dat wat beter dan de andere keer, maar dit jaar werd het me wel heel makkelijk gemaakt. In de theatergids stond ‘Verhaaldiner met Roald Dahl’. Dat kon niet missen. Mijn bewondering voor deze schrijver grenst aan verering en ik was ervan overtuigd dat de kinderen het ook geweldig zouden vinden aangezien ze net als ik fan waren van zijn kinderboeken.

van schrijfplan tot roman3De laatste week van de NaNoWriMo (National Novel Writing Month). Nog maar een paar dagen te gaan. Hoe is het jou vergaan? Ben je een beetje opgeschoten? Ben je enthousiast geworden en zijn de contouren van je roman al zichtbaar? Of hebben de afgelopen weken je juist het gevoel gegeven dat je nog niet genoeg bagage hebt verzameld om dat boek daadwerkelijk te gaan schrijven? Geef niet te snel op. ‘Schrijven is afdalen in het moeras en dan moeizaam, polletje na polletje, je eigen weg zoeken’ zegt Wessel te Gussinklo in een interview in Boekenpost en ik geef hem helemaal gelijk.

voortgang scrivWeek vier alweer van de NaNoWriMo (National Novel Writing Month). Als ik zo terugkijk op het werk wat ik de afgelopen drie weken heb gedaan, dan ben ik best tevreden. Mijn schrijfproject in Scrivener raakt steeds meer gevuld en de hoofdstukken krijgen meer en meer de kleur blauw (verbeterd concept reguliere hoofdstukken) of roze (verbeterd concept flashbacks). Mijn verhaal gaat steeds meer leven. Hier en daar heb ik een scène overgeslagen om later in te vullen. Sommige sleutelscènes aan het einde heb ik al eerder uitgewerkt tot een eerste concept en dat helpt me naar een punt aan de horizon toe te schrijven, hoewel dat in de ene scène gemakkelijker gaat dan bij de andere. In elke scène probeer ik gebruik te maken van mijn drie belangrijkste schrijfgereedschappen: dialoog, betekenisvolle details en ‘show, don’t tell’.

innerlijke criticus
Ik heb deze week een paar dagen vrij genomen om echt even prioriteit te kunnen geven aan mijn roman-in-wording. Bovendien heb ik een plek opgezocht waar ik even niet teveel wordt afgeleid. De eerste dagen ging dat heel goed, maar nu, aan het einde van deze week, begin ik ineens weer enorm te twijfelen. Is het wel goed genoeg wat ik schrijf? Zal ik mijn lezers niet teleurstellen? Mijn tweede boek is immers slechts losjes gebaseerd op waargebeurde voorvallen en mist de historische setting waar mijn lezers zo enthousiast over waren. Soms merk ik bij het teruglezen van wat ik de dag ervoor heb geschreven dat er toch niet helemaal staat wat ik in mijn hoofd had. Die innerlijke criticus kan me het schrijven soms enorm lastig maken. Heb jij ook zo’n stemmetje in je hoofd dat zich voortdurend bemoeit met je schrijfproject? Lees dan in deze blogpost welke wapens ik uit de kast haal om die lastige stoorzender het zwijgen op te leggen.