corona

‘Nou heb ik de oorlog meegemaakt en krijg ik in de herfst van mijn leven ook te maken met een pandemie,’ zei de dame tegenover me. Ze moest dik in de tachtig zijn, maar haar ogen twinkelden van levenslust. Die vergelijking met een oorlog hoor ik vaker. Begrijpelijk, want zo moet het ongeveer zijn gegaan in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog: de ingrijpende maatregelen die op korte termijn van kracht worden, het hamsteren, maar ook de creativiteit en solidariteit van gewone mensen.

muziek
Zo af en toe schrijf ik nieuwsberichten of teksten voor het programmaboekje voor de plaatselijke brassband. De vereniging heeft natuurlijk maar een beperkt budget en ik vind het leuk om te doen. Bovendien speelt mijn zoon bij de band en zo doe ik iets terug voor deze enthousiaste vereniging. Het afgelopen jaar kwam de vereniging met een bijzonder verzoek voor een festival: kun je een verhaal schrijven voor bij een muziekstuk?

Kolja
Kort geleden las ik Kolja van Arthur Japin. Ik ben een enorme fan van deze schrijver en heb veel van zijn boeken gelezen, zoals De zwarte met het witte hart en Een schitterend gebrek. Kolja vond ik tot nu toe het beste wat hij heeft geschreven. Ik hou heel erg van de symboliek en metaforen in Japin’s proza. Sommige zinnen zijn zo prachtig dat ik ze keer op keer overlees. Ik wilde het boek niet in een keer uitlezen, maar er hoofdstuk voor hoofdstuk van genieten. Ondertussen probeerde ik te ontdekken hoe Japin dat doet, dat schilderen met woorden.

Senia
Op steeds meer plekken in Nederland worden literaire festivals georganiseerd. Volgens de Volkskrant komt dat misschien wel doordat uitgevers en schrijvers de tanende aandacht voor lezen en voor literatuur een nieuwe impuls willen geven. Nou, mij hoor je niet klagen hoor. Ik ga graag naar een lezing van een schrijver en daar is een literair festival de overtreffende trap van. Hoe meer schrijvers bij elkaar, hoe beter. Toch had ik nog nooit zo’n festival bezocht tot ik zondag 26 januari afreisde naar Twente voor de Landelijke Leesclub dag tijdens het Lutterzand Literair festival.

Ze zullen denken dat we engelen zijn
Ik hou van boeken met veel dialoog. Dialogen geven vaart aan een verhaal en maken dat je het gevoel hebt dat je je verbonden voelt met de personages. Hoewel het er soms eenvoudig uitziet, is het schrijven van een dialoog helemaal niet zo gemakkelijk. Nu ik weet hoe lastig het is een sterke dialoog te schrijven, kan ik echt genieten van hoe een andere schrijver dat doet. Zo bewonder ik de kale dialogen van Bert Natter in Ze zullen denken dat we engelen zijn. Zijn dialogen zijn als een aangeharkte voortuin van een ontwricht gezin: van buiten ziet het er allemaal heel normaal uit, maar wie de situatie kent, voelt de spanning.