tieners lezen
Op de drempel van de zomervakantie, ga ik met zoonlief naar de bibliotheek om boeken uit te zoeken voor de vakantie.
‘Waarom neem je niet een boek mee wat je mag lezen voor Nederlands?’ probeer ik tegen beter weten in.
‘Maham! Het is vakantie!’ zegt hij op een toon die alleen tieners tot in de puntjes beheersen.
‘Er zitten toch ook wel leuke boeken tussen?’ zeg ik, want ik wil het niet meteen opgeven hoewel ik al weet wat zijn antwoord is voor hij het zegt.
‘Nederlandse schrijvers schrijven alleen maar stomme boeken.’

vrouw met boek
Al is het verhaal nog zo ongeloofwaardig; als je personages levensecht aandoen kun je de lezer evengoed blijven boeien. Dat is tenminste mijn interpretatie van een van John Gardners schrijflessen in zijn boek De kunst van het schrijven. De personages in een boek moeten zich zo gedragen als je van hen verwacht op basis van hoe de schrijver ze heeft neergezet.

droomwereld
In gedachten loop ik door met onkruid begroeide steegjes, veeg het zweet van mijn voorhoofd en snuif de geur op van de wilde marjolein. Het is een flinke klim naar het kerkje waar Lorencio woont. De zon brandt op mijn rug en ik moet wel gek zijn om op het heetst van de dag de tocht naar boven te maken, enkel om te kijken …
‘Dingdong!’
Niet op letten, gewoon doorgaan.
Alle andere bewoners hebben zich teruggetrokken in hun koele huizen, behalve…
‘DINGDONG!’
Met een zucht haal ik mijn vingers van het toetsenbord en ren de trap af naar beneden om te kijken wie er voor de deur staat.

recensie: de kunst van het schrijven - John Gardner
In ‘De kunst van het schrijven’ geeft John Gardner zijn visie op het schrijven van fictie. En je kunt er wel vanuit gaan dat hij daar verstand van heeft, want hij was een behoorlijk bekende Britse schrijver van thrillers. Zo heeft hij onder andere een aantal James Bonds boeken geschreven. In ‘De kunst van het schrijven’ geeft hij een soort bespiegeling over wat fictie nu eigenlijk is. Het tweede deel is praktischer, maar verwacht geen stap voor stap handleiding.

drukwerk romanDe proefdruk van mijn boek arriveerde per post. Een maand voor de boekpresentatie, dus ruim op tijd. Vol trots poseerde ik ermee voor de camera. En wat zag het er goed uit! De omslag zat er prachtig om, de letters stonden haarscherp op de pagina’s en de bladspiegel was mooi symmetrisch. Op de brochures, die mijn werkgever vóór het digitale tijdperk liet drukken, zaten wel eens streepjes of vlekken maar daarvan was hier geen sprake. En toch: drie dagen later was mijn enthousiasme weg en had ik de proefdruk onder een stapel kranten gelegd, zodat ik er niet steeds mee werd geconfronteerd.