De muurschildering is aangepast aan nieuwe idealen van Solanilla
In november reis ik opnieuw naar Spanje voor deel twee van mijn onderzoek naar verlaten dorpen. Dit keer met mijn vloeiend Spaans sprekende zus en mijn moeder die haar camperbusje beschikbaar stelt. Ik heb vier dorpen uitgezocht die na vele jaren leegstand weer opnieuw worden bewoond. Eén van die dorpen is Solanilla. Om daar te komen, rijden we eerst naar Aineto, wat ook ooit een verlaten dorp was. Vanaf daar is het nog vier kilometer naar Solanilla, maar de weg vertoont diepe voren en lijkt voor ons camperbusje niet erg begaanbaar. We parkeren bij het gemeenschapshuis van Aineto en gaan op zoek naar iemand die ons meer over de weg naar Solanilla kan vertellen.

Aineto is al leuk. Dit is eveneens herbewoond en al redelijk ‘af’. De meeste huizen zijn weer in goede staat, maar hier en daar wordt er nog flink gebouwd met moderne bouwmaterialen en kranen. Niet echt wat ik had verwacht van dit naar horen zeggen voornamelijk door mensen van de Rainbow Community bevolkte dorp. Een van de bewoners weet te melden dat Aineto nu 38 vaste inwoners telt. Het gemeenschapshuis suggereert dat er veel gemeenschappelijke activiteiten zijn. De nieuwste aanwinst is de school, waar ook de kinderen uit Solanilla naar toe komen. Geweldig voor de toekomst van beide dorpen!

Krakers
Elk huis is voorzien van een rond gestapelde schoorsteentje met bovenop een beeldje van een dierElk huis is voorzien van een rond gestapelde schoorsteentje met bovenop een beeldje van een dier. Deze schoorsteentjes zijn karakteristiek voor de veel noordelijker gelegen Solana-vallei. De aanwezigheid van deze schoorsteentjes bevestigt het gerucht dat de inwoners van Aineto en Solanilla voornamelijk afkomstig zijn uit Sasé, een dorp in de Solana-vallei met een nogal rumoerig verleden {link naar blog Sasé}. De gemeente zou beloofd hebben de voormalige krakers van Sasé met rust te laten als ze naar dit gebied zouden gaan. Geen slechte ruil. Persoonlijk vind ik dit weide dal vol pijnboombossen mooier en lieflijker dan La Solana.

Solanilla
De weg naar Solanilla is inderdaad niet begaanbaar voor onze camper. We gaan te voet verder, maar worden wel vier keer gepasseerd door het type auto’s dat je tegenkomt in deze afgelegen dorpen: landrovers en auto’s die rechtstreeks van de sloop lijken te komen. Als het geregend heeft, verandert de nu keiharde weg in een glibberige bedoening van slappe, rode klei. Dan komen zelfs deze auto’s niet vooruit en zijn de bewoners van Solanilla aangewezen op de benenwagen.

Solanilla maakt een slaperige indruk

Speeltuin
Ondanks het aantal passerende auto’s blijken er hooguit 20 mensen in Solanilla te wonen. Zo midden op de dag ademt het dorp een slaperige sfeer. Een jong stel geniet op het balkon in het zonnetje van een korte pauze met een kop thee, te midden van zakken cement en rommelige steigers. Hier geen moderne kranen en heftrucks, maar ouderwetse handenarbeid. Er wonen vooral jonge mensen met kinderen. Van gerecyclede materialen hebben we bewoners een avontuurlijke speeltuin gebouwd voor de kinderen: een oude huifkar met een gladde plank dient als glijbaan, tussen twee bomen is een klimnet gespannen en een kleine pipowagen is omgetoverd tot een knus speelhuisje.Krakers Elk huis is voorzien van een rond gestapelde schoorsteentje met bovenop een beeldje van een dier. Deze schoorsteentjes zijn karakteristiek voor de veel noordelijker gelegen Solana-vallei. De aanwezigheid van deze schoorsteentjes bevestigt het gerucht dat de inwoners van Aineto en Solanilla voornamelijk afkomstig zijn uit Sasé, een dorp in de Solana-vallei met een nogal rumoerig verleden {link naar blog Sasé}. De gemeente zou beloofd hebben de voormalige krakers van Sasé met rust te laten als ze naar dit gebied zouden gaan. Geen slechte ruil. Persoonlijk vind ik dit weide dal vol pijnboombossen mooier en lieflijker dan La Solana.   Solanilla De weg naar Solanilla is inderdaad niet begaanbaar voor onze camper. We gaan te voet verder, maar worden wel vier keer gepasseerd door het type auto’s dat je tegenkomt in deze afgelegen dorpen: landrovers en auto’s die rechtstreeks van de sloop lijken te komen. Als het geregend heeft, verandert de nu keiharde weg in een glibberige bedoening van slappe, rode klei. Dan komen zelfs deze auto’s niet vooruit en zijn de bewoners van Solanilla aangewezen op de benenwagen.

De enkele huizen die al min of meer af zijn, gaan schuil achter een muur van zonnepanelen, want dit dorp is nooit aangesloten geweest op het elektriciteitsnet. Het dak van de kerk is ingestort, maar het puin is eruit weggehaald, de muurschildering aangepast aan de nieuwe idealen van het dorp en een deel van de kerk heeft een nieuw golfplaten dak, dat de restanten van het gebouw moet behoeden voor verder verval.

Lift
We voelen ons een beetje een indringer, dus we blijven niet lang. We kijken wat rond, praten kort met het stel op het balkon en aanvaarden dan weer de terugreis. De zon staat al lager en de vermoeidheid slaat toe. De weg terug lijkt veel langer dan de heenweg. Dan stopt er een auto naast ons en hangend uit het glasloze raam biedt een jonge vrouw ons een lift aan. We accepteren dankbaar haar aanbod en nemen plaats op de versleten stoelen zonder autogrodels. Terwijl mijn zus gezellig in het Spaans ervaringen uitwisselt over het leven in Spanje, negeer ik de doordringende diesellucht en geniet van de vering op deze hobbelige weg. Onze chauffeuse blijkt een moeder die haar kind ophaalt van het schooltje in Aineto en ze stuurt behendig langs elke kuil en hobbel. In Aineto draait ze met een schroevendraaier in het contact en de motor slaat af. We nemen afscheid en reizen in ons eigen campertje de terug naar het hotel.

- wordt vervolgd -