Sasé, de wasplaats
Het onderzoek voor mijn boek, brengt me in Sasé, een ander geëvacueerd dorp in de Solana-vallei. Dit dorp werd al in de tachtiger jaren ‘gekraakt’ door hippies. Misschien waren de nieuwe bewoners onopgemerkt gebleven als ze het daarbij hadden gelaten. Misschien was de gemeente bereid geweest de jonge gezinnetjes, die zich hadden gevestigd in de onteigende huizen, te gedogen. Maar zo ging het helaas niet. Een vreedzame demonstratie tegen de plannen voor de Solana-vallei, geïnitieerd door de krakers van Sasé, leidde tot het schoonvegen van het dorp en tot de arrestatie van complete gezinnen.

De huidige weg naar het verlaten dorp verraadt niets over het roerige verleden van Sasé. Zelfs met een landrover lijkt de reis naar het dorp een hachelijke onderneming en omdat we onze voor woon-werkverkeer bestemde auto graag heel houden, parkeren we de auto langs de doorgaande weg en klimmen langs een voetpad omhoog. Af en toe moeten we over omgevallen bomen of neergestorte rotsblokken klimmen. Niet bepaald een geschikte route voor een kolonne arrestatiebusjes.

Honden
Een aftandse landrover verraadt de aanwezigheid van mensen
Na een wandeling van ruim een uur bereiken we de eerste ruïnes van Sasé. Sommige daken zijn nog intact en getooid met de voor deze streek karakteristieke schoorsteentjes van in het rond gestapelde stenen met bovenop een dakje van leistenen. Als we dichterbij komen, wordt duidelijk dat Sasé niet volledig verlaten is. Een aftandse landrover en het geblaf van honden verraden de aanwezigheid van mensen. Dan bedenk ik dat de huidige bewoners misschien helemaal niet op ons zitten te wachten. Wat als ze de honden op mijn gezinnetje afsturen?

Pepe
Maar nee, de huidige bewoner van Sasé is Pepe, een magere man van middelbare leeftijd met grijskleurige dreads, een mond vol scheve tanden en een telefoon tegen zijn oor geklemd. Als hij ons ziet, pauzeert hij zijn telefoongesprek en gebaart ons te wachten. Als hij klaar is met bellen, vertel ik in mijn beste Spaans wie ik ben en noem de naam van het verlaten dorp waar mijn zusje lange tijd woonde. Dat kent hij gelukkig. Hij sluit één van de honden op in zijn huis en laat ons zijn groetentuin zien en zijn kippen. Vanaf deze plek hebben we een schitterend uitzicht over de vallei. Een serie van drie zonnepanelen staat aan de rand van het terrein. Op de groene hellingen onder ons graast een paard.

Verval
Het dak van de kerk is nog geen half jaar geleden ingestort‘Hij loopt los’, vertelt Pepe in gebrekkig Engels. ‘Met pensioen sinds ik een landrover heb.’
Inderdaad vinden we in en rond het dorp paardenvijgen op de wegen en in de kerk, waarvan het dak nog geen zes maanden geleden is ingestort. Dat betekent dat er binnen een aantal jaar vermoedelijk niet meer dan een hoop stenen van over is. Weer een prachtig stukje geschiedenis dat verloren gaat. De kerk dateert uit de Middeleeuwen en was opgedragen aan San Juan Bautista. Het doopvont uit 1656 is nog bijna intact. Pepe haalt zijn schouders op. Hij vindt het wel lekker rustig zo.

Water
Hoewel er af en toe mensen naar Sasé komen, is Pepe de enige die er jaarrond woont. Van oude deuren en balken heeft hij een klein huis gebouwd. ‘Drinkwater is een probleem’, vertelt hij. ‘Het water komt uit een bron die zo’n duizend meter hoger ligt, maar in de zomer levert deze bron weinig tot geen water.’ Op het dorpsplein zijn de restanten van de oude wasplaats van Sasé nog zichtbaar: halfcirkelvormig bogen met aan de ene kant een bak voor de was en aan de andere een drinkbak. Het water druppelt langs de met mos begroeide wanden.

Van het roerige verleden van Sasé zegt Pepe niets te weten. Jammer. Maar bij mijn tweede bezoek aan deze regio, in november 2017, hoor ik bij toeval dat een aantal van de gearresteerde bewoners hun toevlucht heeft gezocht in Solanilla, een verlaten dorp in een andere vallei. Met instemming van de gemeente, die inmiddels het nut van herbewoning van bepaalde dorpen inziet.

- wordt vervolgd -