vervallen kerkje van TiermasMijn reis naar verlaten dorpen, het decor van mijn volgende boek, gaat dwars door de Spaanse Pyreneeën, naar het stuwmeer van Yesa. Een splinternieuwe asfaltweg voert rechtstreeks naar Tiermas, een middeleeuwse badplaats aan het Yesa-stuwmeer waar sinds de zestiger jaren niemand meer woont. Nog voordat de weg de berg opklimt, staan we voor een blokkade van grote betonblokken. Maar liefst drie verschillende borden verbieden de toegang langs deze route. De nieuwe weg staat niet op onze GPS-kaart. Zou het dorp nieuwe bewoners hebben gekregen? Maar waarom dan die blokkade?

Tiermas
We keren de auto en zetten hem aan de andere kant van het tunneltje, waar volgens onze GPS de oude weg naar Tiermas moet lopen. Via een smal, met stekelbrem overgroeid pad, bereiken we een oude, onverharde weg waar zelfs een fourwheeldrive moeite mee zou hebben en klauteren naar boven. Voor onze voeten springen blauwgevleugelde sprinkhanen over het pad en behalve het tjirpen van de cicaden en het gezang van de vogels is het hier doodstil. Hoe hoger we komen, hoe duidelijker de omtrek van het dorp hoog op de berg. Van veraf ziet het er volkomen normaal uit met een kerkje in het midden en enkele tientallen huizen daaromheen. Als we dichterbij komen, ontdekken we dat geen enkel huis nog over een dak beschikt.

Onteigening
Alleen de muren staan nog overeindZo’n dertig huizen heeft dit deel van het dorp. De rest van deze, ooit vijfhonderd inwoners tellende badplaats, ligt in het stuwmeer. Een zacht briesje wiegt de gordijnen van Clematis die uit de vensterloze ramen groeien. Vijgenbomen hebben de vloertegels opzij geduwd en strekken hun grillige, donkergroene bladeren uit naar de zon. Rozenstruiken camoufleren ingestorte muren. Het grootste huis, pal aan het voormalige dorpsplein, heeft nog een restant van een dak, maar het plafond van de eerste verdieping buigt zwaar door. De van gasbeton gemaakte binnenmuur verraadt dat hier sinds de onteigening in de zestiger jaren nog mensen hebben gewoond. Een schuilplaats voor herders?

Van de overige huizen staan alleen de vier muren nog overeind. Verveloze luiken hangen scheef in de sponningen en de gehavende zware dakbalken liggen als mikadohoutjes op de met puin bezaaide vloeren. We steken het dorpsplein over en klimmen door het puin naar de kerktoren, waarvan de windroos zo’n dertig graden uit het lood staat. Volgens mijn informatie dateert deze Gotische kerk van San Miguel uit de 14e eeuw. Toch is de toren nog vrijwel intact. Het dak van het schip niet; dat is grotendeels ingestort en laat het zonlicht binnen. Op de achterwand zijn nog de verweerde restanten van een muurschildering met overwegend blauwe kleuren zichtbaar. Aan weerszijden staan de prachtige bogen van het schip nog overeind. Toch griezelig om eronderdoor te lopen!De bogen van het schip van de kerk staan nog overeind

Asfaltweg
Niets wijst erop dat hier kortgeleden mensen zijn geweest. Waarom dan die nieuwe weg? Deze is duidelijk kortgeleden uitgehakt in de rotsen, het asfalt glinsterend in de zon met aan weerszijden brede gleuven voor het regenwater. Eenmaal thuis onthult een zoektocht op internet dat de gemeente er een nieuwe badplaats en toeristische trekpleister van wil maken. Ze heeft het dorp gekocht voor een bedrag van 22.000 euro en wil er 90 miljoen in investeren. Tweehonderdvijftig nieuwe appartementen moeten de toeristen naar dit gebied lokken. Ik maak me geen illusies. De ruïnes worden waarschijnlijk met de grond gelijk gemaakt. Ik hoop alleen dat ze de kerk in oude glorie herstellen.

- wordt vervolgd -