recensie: de kunst van het schrijven - John Gardner
In ‘De kunst van het schrijven’ geeft John Gardner zijn visie op het schrijven van fictie. En je kunt er wel vanuit gaan dat hij daar verstand van heeft, want hij was een behoorlijk bekende Britse schrijver van thrillers. Zo heeft hij onder andere een aantal James Bonds boeken geschreven. In ‘De kunst van het schrijven’ geeft hij een soort bespiegeling over wat fictie nu eigenlijk is. Het tweede deel is praktischer, maar verwacht geen stap voor stap handleiding.

Fictionele droom
Het eerste deel gaat over Gardners belangrijkste boodschap: een schrijver moet een wereld scheppen die hij geloofwaardig overbrengt op de lezer: de fictionele droom. Het verhaal zelf mag zich ver van de werkelijkheid afspelen, mits de schrijver het geloofwaardig brengt door de details van de situatie te laten kloppen. En meer nog dan dat: de schrijver moet de personages herkenbaar en consequent neerzetten. Zodra het gedrag van een personage in het verhaal niet meer klopt met het beeld wat de schrijver van hem of haar heeft neergezet, doorbreekt dit de fictionele droom en zal de lezer het boek aan de kant leggen.

Antwoord op vragen
Een ander principe waar Gardner in dit boek steeds op terugkomt, is dat de schrijver antwoord moet geven op vragen die hij in het verhaal oproept. Aan het einde van het verhaal moeten alle lijntjes bij elkaar komen. Als de lezer nog met cruciale vragen blijft zitten, voelt hij zich bedrogen en dat doet afbreuk aan het verhaal. In de herschrijfrondes moet de schrijver dit goed checken en het centrale thema van het boek duidelijk naar voren brengen. Als hij dit goed doet, geeft dit bovendien de personages meer reliëf.

Psychologische afstand
In deel 2, het praktischer deel, gaat Gardner uitgebreid in op fouten die de fictionele droom doorbreken. Een aantal zijn zeer bekend, zoals het gebruik van de lijdende vorm en het gebruik van gekunstelde zinnen. Wat mij vooral interesseerde was de verhandeling van Gardner over de psychologische afstand tussen schrijver en lezer. Met veel voorbeelden laat Gardner zien wat hij daarmee bedoelt en waarom een schrijver koele afstandelijkheid en sentimentaliteit moet vermijden.

Intrige
Het wat mij betreft meest interessante hoofdstuk gaat over het opzetten van een intrige. Gardner legt uit, alweer aan de hand van een aantal sprekende voorbeelden, hoe je een verhaal op kunt bouwen. Terugwerken vanaf de plot of opbouwen vanuit een spannende beginsituatie. Verwacht geen stap voor stap handleiding, maar meer een inspirerende verhandeling over de mogelijkheden van het opbouwen van een intrige.

Kortom: een boek voor wie meer wil weten over de opbouw van een verhaal en het geloofwaardig neerzetten van personages. Als je daar behoefte aan hebt, vind je achterin het boek een serie nuttige oefeningen. Het boek heeft me veel nieuwe inzichten gegeven en ik zal daar in mijn volgende twee blogs op terugkomen.

 

De kunst van het schrijven- een praktische handleiding
John Gardner
Uitgeverij Augustus – uit de serie De Schrijfbibliotheek
ISBN: 978 90 457 02063