weggekropen

‘Heb je ook een Writer’s Block gehad?’ wordt me wel eens gevraagd als ik vertel dat ik een boek heb geschreven. En dan zeg ik altijd ‘Nee’, want bij die term denk ik meestal aan een schrijver die zich dagenlang opsluit met zijn laptop en dag na dag wanhopig naar een leeg scherm zit te staren. Dat heb ik nooit gehad. Ik heb natuurlijk goede en minder goede dagen; dagen waarop het schrijven lekker gaat en pagina na pagina op het scherm verschijnt, maar ook dagen waarop ik veelvuldig de delete-knop hanteer.

Doodlopende wegen

En natuurlijk zijn er ook wel eens een aantal dagen achter elkaar dat het schrijven minder lekker gaat. Is dat dan een schrijfblokkade? Zo heb ik het zelf nooit gezien. Dat waren gewoon momenten waarop ik met het verhaal een doodlopende weg was ingeslagen. Dan had ik het gevoel dat ik steeds verder van het pad af was gedwaald en niet meer wist hoe terug te komen.
Op die momenten zat er niets anders op dat de laptop aan de kant te schuiven en een paar dagen iets heel anders te gaan doen op mijn ‘schrijfdagen’. Wandelen in het bos of schrijfboeken lezen. Vaak kreeg ik dan weer een idee over hoe het verder moest met het verhaal. En had ik weer voldoende afstand tot mijn schrijfwerk om oude versies weg te gooien en opnieuw te beginnen. Ik had natuurlijk wel het geluk dat ik niet met een deadline werkte. Ik bepaalde mijn eigen tempo en kon gewoon de tijd nemen die nodig was voor het verhaal.

Inspiratie
Schrijven is een creatief proces. Je hebt er inspiratie voor nodig en dat is wel eens lastig, want de beste ideeën heb je niet altijd als je net achter je PC zit. Mijn beste ideeën had ik net na het wakker worden, in het weekend als ik nog heel even bleef liggen in bed. Of als ik op de trein stond te wachten of tijdens de fitness bij de sportschool. Lange autoritten of boswandelingen zijn mijn favoriete momenten voor het opdoen van inspiratie.


Elizabeth Gilbert, de schrijfster van o.a. Eten, bidden en beminnen, heeft dat ook. Zij vertelt daarover in een geweldige TED-talk. Zij betoogt dat schrijvers het vroeger makkelijker hadden, want een schrijver werd toen gezien als een doorgeefluik tussen de mensheid en de geestenwereld (of het goddelijke als je dat liever hebt). Een schrijver werd er dus nooit op afgerekend als het boek maar matig was. Dat is nu anders natuurlijk, maar haar beeld van inspiratie die als een soort geest af en toe langskomt bij een schrijver staat me wel aan. Met nog maar 1 dag te gaan tot de boekpresentatie van Lena lijkt me dat een heel geruststellend idee…


Op internet vind je heel veel tips voor het vinden van nieuwe inspiratie. Ik noteerde er vijf voor je:

  1. Veel schrijvers raden aan om je schrijfwerk voor de dag te beëindigen midden in een scène. Dan is het schrijven de volgende dag makkelijker op te pakken. Je kunt ook wat steekwoorden noteren waar je de volgende keer mee verder kunt.
  2. Een beproefd medicijn tegen schrijfblokkades is volgens velen een schrijfdiscipline op te bouwen. Gewoon elke dag gaan zitten en schrijven. Of het nu goed is of niet.
  3. Lukt het echt niet, besteed je tijd dan aan onderzoek of ga de deur uit. Mensen observeren in het park, in de trein, in de rij bij de kassa levert soms meer inspiratie op dan achter je PC naar een leeg scherm zitten staren.
  4. Maak een fijne schrijfplek voor jezelf en omring je bureau met plaatjes van je personages, van het huis/het landschap/het seizoen waarin je verhaal speelt. Op inspiratieloze momenten aan een moodboard werken is niet alleen een nuttige besteding van je tijd, maar ook heel leuk om te doen.
  5. Wanneer je vast zit in je verhaal het verhaal bekijken vanuit het gezichtspunt van je personages. Karen van Hout vertelt over een systematische manier waarop je dat kunt doen.