Bouwtekening
Ik bewonder schrijvers die zomaar ergens beginnen met schrijven en gaandeweg bepalen waar het verhaal naartoe gaat. Zelf kan ik dat niet. Ik werk het liefst volgens een vooraf bedacht schema. Dat schema hoeft niet in beton gegoten te zijn natuurlijk. Het schema voor mijn debuutroman kent vele versies. Naarmate het schrijfproces vorderde, kreeg het schema steeds vastere vormen.

Hoofdstukken

In een van de eerste versies was de structuur als volgt: drie hoofdstukken vanuit het perspectief van de ene personage gevolgd door drie hoofdstukken vanuit het perspectief van de andere personage. Zeker in het begin gaf me dat veel houvast. Toen het verhaal eenmaal op gang was en mijn personages een duidelijker eigen stem kregen, kon ik dat ritme weer een beetje loslaten. De afwisseling in personages is gebleven.
Sommige schrijvers kiezen voor korte hoofdstukken, andere voor langere. Dat is heel persoonlijk. Ik heb zelfs eens een boek gelezen waar helemaal geen hoofdstukken in staan. Ik probeerde verschillende hoofdstuklengtes uit en koos uiteindelijk voor een lengte van ongeveer 2.000 woorden per hoofdstuk. Dat zijn ongeveer vijf bladzijdes en dat vind ik een mooi aantal om voor het slapengaan nog even te lezen, want een boek wegleggen halverwege een hoofdstuk, vind ik net zoiets als een de theaterzaal verlaten halverwege de voorstelling.

 

Scènes
Elk hoofdstuk bevat een of meerdere scènes. Toen de rode draad van mijn verhaal vast stond, heb ik veel scènes moeten schrappen. Alleen scènes die het verhaal ondersteunden mochten blijven. In elke scène moest zich een nieuw stukje van het verhaal ontvouwen, moesten de hoofdpersonen iets meemaken wat hun kijk op elkaar of op de wereld beïnvloedde. Een aantal geschrapte scènes kon ik elders in het verhaal in herschreven vorm gebruiken. Anderen moest ik laten gaan, maar die staan nog ergens op mijn lijstje om ooit als kort verhaal te verschijnen.
Door het weglaten van minder relevante gebeurtenissen, ontstonden er flinke sprongen in de tijd. Ik moest dus een manier verzinnen om de lezer duidelijk te maken hoeveel tijd er verstreken was en wat er in de tussentijd in de omstandigheden van de hoofdpersonen was veranderd. Lange beschrijvingen over de tussenliggende periode zouden de vaart uit het verhaal halen, maar bij te weinig informatie zou de lezer waarschijnlijk afhaken. Ook nu weer vond ik een oplossing door te bestuderen hoe andere schrijvers dit aanpakten en daaruit een manier te kiezen die het beste paste bij mijn verhaal.


Het gevolg is dat ik voor mijn volgende boek ook echt ben gaan denken in scènes (en verbindingen daartussen). De hoofdstukindeling is daaraan ondergeschikt. Toch heeft ook mijn volgende boek al een duidelijke structuur, die ik voor mezelf deel 1, deel 2 en deel 3 noem. En dat terwijl ik de eerste alinea nog moet schrijven…


Als jij net als ik behoefte hebt aan een duidelijke structuur voordat je begint met schrijven, heb ik de volgende tips voor je:

  1. Maak een schrijfplan. Dat mag in het begin best vaag zijn en je kunt er altijd vanaf wijken als dat nodig is. Reinoud Schaatsbergen legt op de site van Schrijven Online duidelijk uit hoe je een schrijfplan maakt en wat het nut daarvan is.
  2. Kies gebeurtenissen die samen de rode draad van het verhaal verbeelden en laat andere gebeurtenissen weg.
  3. Werk de gebeurtenissen uit in scènes. In een ander blog geeft dezelfde auteur bruikbare tips voor het schrijven van spannende scènes.
  4. Zorg voor een logische aaneenschakeling van scènes en wees zuinig met beschrijvingen van wat er tussendoor is gebeurd. Laat dit liever blijken uit de volgende scène.
  5. Je verhaal wordt sterker door een goede afwisseling van actie, beschrijvingen en dialogen. In Schrijven is ritme legt Thomas Verbogt uit hoe je dat het beste doet.

1000 Resterende tekens