familiefoto 1944
Lezen is voor mij iets magisch, omdat het me de mogelijkheid biedt even te ontsnappen uit de werkelijkheid en in de huid te kruipen van een romanpersonage. Daarom vind ik het fijn als het verhaal verteld wordt vanuit de belevingswereld van het hoofdpersonage en dan liefst een personage waar ik me mee kan vereenzelvigen. Voor mijn debuutroman koos ik er intuïtief voor het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van hoofdpersoon Lena, naar het model van mijn grootmoeder.

Beperkingen

Al vrij snel bleek dat de keuze voor dit vertelperspectief een aantal onoverkomelijke beperkingen had. Immers: ik kon vanuit dat perspectief alleen beschrijven wat Lena zag, dacht en voelde. Het verhaal van haar kleurrijke echtgenoot Henk bleef daarmee onderbelicht en ook de spanning tussen Henk en Lena kon ik vanuit dit perspectief niet goed voor het voetlicht brengen.

Vertelperspectief afwisselen
Het verhaal vertellen vanuit mijn andere hoofdpersonage (Henk) stuitte op vergelijkbare problemen en daarom koos ik ervoor het vertelperspectief af te wisselen. Ik besloot steeds een stukje van het verhaal te vertellen vanuit Lena’s belevenissen, gedachten en gevoelens en dat af te wisselen met de belevenissen van Henk vanuit zijn perspectief. Dit gaf mij de mogelijkheid het verhaal vanaf verschillende kanten te belichten en mijn hoofdpersonages scherper af te tekenen met hun goede en minder goede eigenschappen.

Lezer boeien
Het was geen gemakkelijke keuze, want met een wisselend vertelperspectief moet je extra je best doen je lezer te blijven boeien. Zelf vind ik een wisselend vertelperspectief niet altijd fijn. Heb ik me net lekker in iemands hoofd genesteld; moet ik er weer uit om het verhaal vanuit een ander personage te volgen! Als het verhaal spannend of interessant genoeg is, vind ik dat niet zo erg. Arthur Japin schreef zijn roman ‘Vaslav’ vanuit drie verschillende personages, maar hij bouwde vanaf het begin zoveel spanning op, dat ik van begin tot eind geboeid bleef.

Belevingswereld
Wat mij erg aanspreekt in dit boek, is dat hij een personage vanuit het ene perspectief onsympathiek afbeeldt, terwijl hetzelfde personage vanuit het volgende perspectief een veel positievere glans krijgt. Voor mij maakt dat het boek heel realistisch, want in het echte leven is het onderscheid tussen goed en fout ook niet zo gemakkelijk te maken. In mijn boek ‘Lena’ hoop ik duidelijk maken dat de keuzes van Lena en Henk, hoe verschillend ook, logisch zijn vanuit hun belevingswereld. De afwisseling in vertelperspectief geeft mij de mogelijkheid dat in beeld te brengen en is daarmee op een bepaald moment zelfs noodzakelijk voor mijn verhaal.


Voor mijn volgende roman maak ik een heel andere keuze. Voor dit boek overweeg ik de ik-vorm. Dit boek krijgt daarmee meteen een andere sfeer dan ‘Lena’. Heel interessant!


Worstel jij ook met het vertelperspectief voor je verhaal? Dan heb je misschien wat aan de volgende tips:

  1. Probeer verschillende perspectieven uit voor je verhaal en kies dan wat het beste voelt. Op deze site van Winford Rotterdam wordt uitgelegd wat de meest gebruikte vormen zijn.
  2. Als je vanuit een bepaald personage schrijft, moet de taal waarin je het verhaal vertelt overeenkomen met de belevingswereld van het personage. Schrijfcoach Marit van der Meulen illustreert dit helder op haar website.
  3. Schrijf je een autobiografisch boek? Dan is de ik-vorm niet altijd de beste vorm. Een hij/zij-vorm kan beter werken omdat je daarmee meer afstand kunt bewaren tot je eigen verhaal. Lees bijvoorbeeld de tips van schrijfster Marjon Sarneel.
  4. Neem de tijd om te ontdekken welk vertelperspectief het beste past bij jouw verhaal. Je zit er de rest van het verhaal aan vast!