Duikpak
Een geweldig neveneffect van het schrijven van een boek is dat je kennis zich als vanzelf uitbreidt met allerhande interessante wetenswaardigheden. Zo heb ik voor mijn debuutroman heel veel non-fictie boeken gelezen die ik anders zeker nooit zou hebben opengeslagen. Om mijn verhaal zo geloofwaardig mogelijk te maken, verdiepte ik me in allerlei onderwerpen die een rol spelen in mijn verhaal. Zo leende ik van de bieb een heel oud en ietwat beduimeld boek over de bouw van de Afsluitdijk. Het bevatte gedetailleerde beschrijvingen van onderladers, zandzuigers en zinkstukken en de voor- en nadelen van de gebruikte materialen, maar wat me intrigeerde was de passie waarmee de initiatiefnemers steeds nieuwe oplossingen bedachten voor de vele uitdagingen en tegenslagen die met dit project waren verbonden.


Een ander boek dat me lang bijbleef is Noodzakelijk kwaad van Joggli Meihuizen. In dit boek schrijft Meihuizen over de bestraffing van economische collaboratie in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Het heeft me heel veel geleerd over de wijze waarop men in de jaren na de oorlog tegen collaboratie aankeek en over de manier waarop de berechting en bestraffing van die gigantische hoeveelheid verdachten in zijn werk ging. Het boek laat duidelijk zien hoe de politieke belangstelling voor een bepaald onderwerp doorwerkt in de uitvoering van het overheidsbeleid en ik zag daarin veel overeenkomsten met de wijze waarop nu bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen georganiseerd wordt.


Omdat mijn verhaal speelt in een periode die ik zelf niet heb meegemaakt, moest ik voortdurend op zoek naar informatie over de kleinste details. Hoe vaak kwam vroeger de post? Hoe lang duurde het om met de auto van Edam naar Amsterdam te rijden? Hoe deed men in die tijd de was? Lang leve Wikipedia en Google, maar het internet kan je niet overal mee helpen. Zo wilde ik graag weten hoe beroepsduiken in de dertiger jaren in zijn werk ging. Nu is beroepsduiken sowieso geen onderwerp waarover pagina's vol zijn geschreven; laat staan hoe dat in de dertiger jaren ging.

Pomp duiken
Gelukkig ontdekte ik het duikmuseum in Lemmer. Dit museum beschikt over een bijzondere collectie duikuitrustingen en een gepassioneerde conservator annex verkoper van duikbenodigdheden. Ik keek er uitgebreid rond en ontdekte dat beroepsduiken wezenlijk anders is dan plezierduiken. Een beroepsduiker draagt geen zuurstof mee op zijn rug, omdat hij vaak veel langer onder water is. In plaats daarvan is hij met slangen verbonden aan een luchtpomp op het land. Het duikpak van een beroepsduiker spreekt enorm tot de verbeelding. In de dertiger jaren hadden die pakken zelfs een prachtige koperen bol, waar de duiker zijn hoofd in stak.


De conservator bleek over jaren ervaring te beschikken als het gat over beroepsduiken en hij was bereid zijn ervaringen met mij te delen. Hij vertelde mij hoe het voelde om zo’n pak aan te hebben, waar je op moest letten en heel veel andere praktische dingen die je nooit in een boek of op internet zou kunnen vinden. In de auto terug naar huis voelde ik mij als een kind die een doos vol snoepjes had gekregen en thuis ging ik meteen aan de slag om mijn verhaal met deze nieuwe informatie verder in te kleuren.


Vier tips voor het doen van feitenonderzoek:

  1. Begin je onderzoek op internet, maar kijk goed naar de afzender van de informatie. Niet alle informatie op internet is betrouwbaar en volledig.
  2. Heel veel gedegen boeken zijn te bestellen of reserveren in de bibliotheek. Dat is goedkoper dan aanschaffen in de boekwinkel en boeken die in de winkel niet meer verkrijgbaar zijn, vind je vaak nog wel in de catalogus van de bieb. De meeste bibliotheken hebben een service waarbij je boeken die in je eigen woonplaats niet verkrijgbaar zijn, kunt lenen uit andere filialen.
  3. Ga na of het object van je onderzoek te bekijken is in een museum. Dat biedt je de kans in een middag veel informatie over het onderwerp te verzamelen zonder dat je dikke boeken hoeft door te lezen. Vergeet niet je fotocamera mee te nemen!
  4. Een ervaringsdeskundige kan je details vertellen die je in geen enkel boek zult vinden, maar die je verhaal levensecht maken. Laat zo’n kans niet lopen.

1000 Resterende tekens