tieners lezen
Op de drempel van de zomervakantie, ga ik met zoonlief naar de bibliotheek om boeken uit te zoeken voor de vakantie.
‘Waarom neem je niet een boek mee wat je mag lezen voor Nederlands?’ probeer ik tegen beter weten in.
‘Maham! Het is vakantie!’ zegt hij op een toon die alleen tieners tot in de puntjes beheersen.
‘Er zitten toch ook wel leuke boeken tussen?’ zeg ik, want ik wil het niet meteen opgeven hoewel ik al weet wat zijn antwoord is voor hij het zegt.
‘Nederlandse schrijvers schrijven alleen maar stomme boeken.’

vrouw met boek
Al is het verhaal nog zo ongeloofwaardig; als je personages levensecht aandoen kun je de lezer evengoed blijven boeien. Dat is tenminste mijn interpretatie van een van John Gardners schrijflessen in zijn boek De kunst van het schrijven. De personages in een boek moeten zich zo gedragen als je van hen verwacht op basis van hoe de schrijver ze heeft neergezet.

droomwereld
In gedachten loop ik door met onkruid begroeide steegjes, veeg het zweet van mijn voorhoofd en snuif de geur op van de wilde marjolein. Het is een flinke klim naar het kerkje waar Lorencio woont. De zon brandt op mijn rug en ik moet wel gek zijn om op het heetst van de dag de tocht naar boven te maken, enkel om te kijken …
‘Dingdong!’
Niet op letten, gewoon doorgaan.
Alle andere bewoners hebben zich teruggetrokken in hun koele huizen, behalve…
‘DINGDONG!’
Met een zucht haal ik mijn vingers van het toetsenbord en ren de trap af naar beneden om te kijken wie er voor de deur staat.

recensie: de kunst van het schrijven - John Gardner
In ‘De kunst van het schrijven’ geeft John Gardner zijn visie op het schrijven van fictie. En je kunt er wel vanuit gaan dat hij daar verstand van heeft, want hij was een behoorlijk bekende Britse schrijver van thrillers. Zo heeft hij onder andere een aantal James Bonds boeken geschreven. In ‘De kunst van het schrijven’ geeft hij een soort bespiegeling over wat fictie nu eigenlijk is. Het tweede deel is praktischer, maar verwacht geen stap voor stap handleiding.

schrijven is ritme
‘Om een tekst een gebeurtenis te laten worden is dynamiek nodig, en die is alleen voelbaar door een strak gedoseerd ritme’, vermeldt de achterflaptekst van Schrijven is ritme van Thomas Verbogt. ‘Schrijven is, los van het verhaal, vooral ritme: het ritme van zinnen, passages en personages - de afwisseling van rust en handeling, van snelheid en traagheid.’

familiefoto 1944
Lezen is voor mij iets magisch, omdat het me de mogelijkheid biedt even te ontsnappen uit de werkelijkheid en in de huid te kruipen van een romanpersonage. Daarom vind ik het fijn als het verhaal verteld wordt vanuit de belevingswereld van het hoofdpersonage en dan liefst een personage waar ik me mee kan vereenzelvigen. Voor mijn debuutroman koos ik er intuïtief voor het verhaal te vertellen vanuit het perspectief van hoofdpersoon Lena, naar het model van mijn grootmoeder.

werkplanning
Ik hou erg van boeken waarin verschillende verhaallijnen naast elkaar lopen. Als lezer verwacht ik wel dat die verschillende verhaallijnen ergens weer bij elkaar komen en met elkaar verbonden zijn via een centrale verhaallijn. Deze rode draad moet het begin van het verhaal verbinden met het einde; anders heb ik het gevoel dat het verhaal nog niet af is. Tijdens het schrijven van mijn debuutroman ontdekte ik hoe lastig het is een duidelijke verhaallijn neer te zetten.

Hoe fictie werkt van James Wood
Hoe fictie werkt
van James Wood is een van de eerste schrijfboeken die ik las en heeft me doen inzien dat bij fictie schrijven wel wat meer komt kijken dan het opschrijven van een verhaal op basis van wat feiten. James Wood staat er dan ook om bekend dat hij literatuur bekijkt vanuit esthetisch perspectief, maar ook als een kritische recensist.