Gezinsfoto
Het leek me wel te doen: een verhaal schrijven over het leven van mijn grootouders. Gewoon een kwestie van het achter elkaar zetten van de gebeurtenissen en daarin de feiten verwerken uit mijn onderzoek over Edam in die tijd. Vervolgens het verhaal opfleuren met wat anekdotes en klaar! Ik zou er snel achter komen dat het allemaal niet zo eenvoudig was als het leek.


Ik ging aan de slag met de informatie en volgde de aanpak die ik ook hanteer voor jaarverslagen, websiteteksten en andere teksten waar ik mee vertrouwd was vanuit mijn werk. Ik ordende alle feiten in chronologische volgorde, maakte schema na schema en begon aan hoofdstuk 1. Meteen liep ik tegen een aantal problemen aan. Zo vertoonde mijn tot dan toe verzamelde verhaal grote gaten. Wat was er in de tussentijd gebeurd? De mensen die daar mogelijk antwoord op hadden kunnen geven, waren er niet meer. Een ander probleem was dat de verzamelde feiten allemaal met mijn grootvader te maken hadden en er over mijn grootmoeder nagenoeg niets te vinden was. Hoe had zij die gebeurtenissen eigenlijk allemaal beleefd?
Tegen beter weten in probeerde ik op grond van de verzamelde informatie toch een verhaal te maken, maar behalve dat er blanco periodes verschenen, bleek het verhaal, als je het zo kon noemen, mijzelf niet echt te boeien. Wie zou deze verzameling opeenvolgende feiten nu willen lezen? In mijn gedachten zag ik familieleden dapper de ene na de andere pagina omslaan, vechtend tegen zware oogleden en vriendelijk knikkend: ‘Knap hoor. Echt heel goed gedaan.’ Geeuw!
De eerste versie belandde in de digitale prullenmand en ik begon opnieuw. Ditmaal zette ik de verzamelde anekdotes centraal en vulde de witte plekken met mijn eigen fantasie. In eerste instantie ging dat nog stroef. Ik durfde er niet teveel bij te verzinnen en hield me krampachtig vast aan de feiten. Later nam ik steeds meer vrijheid om personages te creëren die misschien in de verte wel iets weg hadden van mijn grootouders, maar een eigen identiteit hadden gekregen.
Dat was het begin van een langdurig proces waarbij ik in elke nieuwe versie de feiten verder los zou laten en er een echte roman van zou maken met een hoofdthema, verschillende verhaallijnen, dialogen en een heus plot. De uiteindelijke versie is slechts losjes op de feiten gebaseerd; net genoeg om er een bijzonder verhaal van te maken, want sommige waargebeurde voorvallen had ik nooit kunnen verzinnen.


Fictie of non-fictie? Mijn tips voor het maken van een keuze:

  1. Het verschil tussen fictie en non-fictie wordt heel goed uitgelegd door schrijfcoach Inez Risseeuw. Bij non-fictie gaat het vooral om weergave van de feiten, het overdragen van informatie. Bij fictie staat beleving centraal, het opbouwen van spanning en meeslepen van je lezer. Bedenk wat het beste past bij jouw verhaal en pas je stijl daarop aan.
  2. Voor een fictief verhaal is meer nodig dan alleen wat anekdotes en achtergrondinformatie. Denk na over je personages, de verhaallijn, een plot, kortom alles wat nodig is voor een echte roman.
  3. Lees! Bekijk hoe andere schrijvers van feitelijke gebeurtenissen een roman maken en kijk wat je daarvan kunt gebruiken. Lees bijvoorbeeld Giselle van Susan Smit of De Zwarte met het witte hart van Arthur Japin.
  4. Durf! Ga aan de slag en leer van je fouten. Durf ook weg te gooien en opnieuw te beginnen.

1000 Resterende tekens