kleinschalig geiten houden
De Nederlandse landbouw moet natuurinclusief worden. Dat staat in de beleidsplannen van 2018. Het verbeteren van de bodemkwaliteit en de biodiversiteit van agrarische gebieden moet de gewassen weerbaarder maken tegen ziektes en plagen. Mooie plannen, maar ook ambitieus. Is de Nederlandse landbouw daar wel op ingericht? Is de schaalvergroting in de landbouw funest geweest voor het hele systeem? Moeten we weer terug naar kleinschalige stadstuinen? Tomaten telen op de bovenste verdieping van gebouwen? Bij natuurinclusieve landbouw denk ik vooral aan de grote en gevarieerde gezamenlijke groentetuinen in de herontdekte dorpen in de Spaanse Pyreneeën waaraan ik een bezoek bracht voor onderzoek voor mijn nieuwe boek.

Groentetuin
De slechte bereikbaarheid van het dorp stimuleert de nieuwe bewoners tot het verbouwen van hun eigen groenten en fruit en het aanleggen van voorraden voor de winter. De meeste dorpen hebben een riante gezamenlijke groentetuin waarin groenten en aardappelen worden verbouwd zonder chemische middelen en zonder kunstmest. De tuin wordt bemest met eigen compost en de mest van ezels, kippen, geiten en soms zelfs kleine varkentjes. Met veel geduld halen de bewoners de coloradokevers van de aardappelplantjes, hakken plantgeultjes in de stenige grond en slepen liters en liters water de berg op om de groentetuin te bevloeien. Daarnaast beschikt het dorp vaak over rommelige boomgaarden met olijfbomen, vijgenbomen en wat appelboompjes. Daarnaast groeien overal bramenstruiken, vlierbessen, wilde rozemarijn en wilde venkel.

grazen in de Pyreneeën

Kippen en geiten
In elk dorp loopt wel een koppel kipjes. Wie het lukt de kippen te beschermen tegen de vossen en de roofvogels, kan dagelijks verse eieren rapen en dat is natuurlijk heel welkom in een dorp zonder een supermarkt in de buurt. Mijn zwager en zus die jarenlang in zo’n dorp hebben gewoond, hadden een geitenboerderij. De zonovergoten hellingen brengen niet veel op, maar geiten stellen weinig eisen aan hun voer. Ze knabbelen enthousiast aan het droge gras en beschouwen de bast van de olijfbomen als een delicatesse. Dat laatste was natuurlijk niet de bedoeling, dus moesten de stammen van de olijfbomen in de weide worden ingesmeerd met hondenpoep. Een akelig karweitje.

Hoewel de geiten beschikten over een riante weide, was dat niet voldoende om de benodigde hoeveelheid ruwvoer te verzamelen. Daarom werd er dagelijks met de geiten gewandeld. Een herdershond hielp de kudde bij elkaar te houden en te voorkomen dat de geiten zich op de groentetuin van de buren stortten. Ik heb heel wat keren meegewandeld en het is echt heel rustgevend, zo’n wandeling over de zuidhelling met een kudde klingelende geitjes om je heen. Klinkt relaxed, maar een geitenboerderij is ook heel veel werk. Naast het wandelen met de geiten, moest er een soort luzerne verbouwd worden om de geiten ook de winter van ruwvoer te voorzien. Met een muilezel en later een oude tractor werden de stenige hellingen geploegd, ingezaaid en gemaaid. De uitdaging was altijd om het ‘hooi’ op het juiste moment te oogsten. Het grillige weer in de Pyreneeën strooide regelmatig roet in het eten.

geiten tegen de berghellng

Geitenkaas
In het voorjaar werden de jonge geitjes geboren en kwam de melkgift na een droogstand van een paar maanden weer op gang. Elke ochtend en elke avond moest er gemolken worden. Met de hand en later met wat hulp van een klein melkmachientje. De melk werd verwerkt tot artisane (huisgemaakte) geitenkaasjes. Een tijdrovende klus waarbij vooral veel schoonmaakwerk komt kijken. In de speciaal daarvoor ingerichte kaasmakerij werd de melk gekoeld bewaard en vervolgens op de juiste temperatuur gebracht voor pasteurisatie, afgekoeld tot de idee temperatuur voor het stremmen. Stremsel moest in de vriezer bewaard worden. Een uitdaging in de bergen waar de stroom regelmatig uitviel als gevolg van onweersbuien.

De bokjes mochten bij de moeders blijven tot ze oud genoeg waren voor de slacht. In Nederland is er nauwelijks een markt voor geitenvlees, maar de Spanjaarden eten het graag. Chulettas, karbonaadjes van geitenvlees, zijn onmisbaar bij feestelijke gelegenheden en voor restaurants die het de toeristen voorzetten als streekproduct. De opbrengst van kaasjes en geitenvlees van de kleinschalige geitenboerderij was bescheiden, maar het levensonderhoud in deze dorpen was niet duur.

Inmiddels wordt de geitenboerderij gerund door een ander jong stel. Ze hebben een mooi filmpje gemaakt over hun bezigheden waaruit duidelijk wordt dat zo’n verlaten dorp een walhalla is voor iedereen die een minimale ecologische voetafdruk wil achterlaten. Natuurinclusieve landbouw 2.0.