wasplaats Janovas
De beschikbaarheid van water, zo bleek deze zomer in Nederland, is ontzettend belangrijk. Droogte ontregelt de maatschappij op allerlei niveaus. In de verlaten dorpen in de Spaanse Pyreneeën weten ze dat al lang. Alle verlaten dorpen die ik bezocht vanwege onderzoek voor mijn nieuwe boek hadden een waterprobleem. En dan bedoel ik de kwantiteit, want de Spaanse Pyreneeën hebben veel natuurlijke bronnen met water van drinkwaterkwaliteit. Maar zo’n bron ligt meestal een stukje buiten het dorp en sommige bronnen drogen in de zomer op of leveren te weinig water om aan de waterbehoefte van de nieuwe bewoners te voldoen.

Sjouwen met jerrycans
Twintig jaar lang volgde ik vanaf de zijlijn de strijd om het water in een dorp waar na twintig jaar leegstand weer nieuwe bewoners neerstreken. Mijn zus en zwager verhuisden in de jaren negentig naar zo’n dorp, prachtig gelegen tegen een zuidhelling aan de Spaanse kant van de Pyreneeën. De ruïne die ze kochten lag in het centrum van het dorp, zo’n drie kilometer vanaf een natuurlijke bron. Al het water dat ze nodig hadden, moest in jerrycans de berg op gesjouwd worden. Een geweldige drive om zuinig om te gaan met water. Dan pas wordt je je ervan bewust hoeveel water een huishouden nodig heeft voor kleding wassen, het bewateren van de groentetuin, koken en afwassen.

In de zomer konden ze met de auto tot zo’n honderd meter onder het dorp komen en reden ze regelmatig met een achterbak vol jerrycans naar boven. Maar als het geregend of gesneeuwd had, was de weg naar boven alleen te voet begaanbaar. De rivier beneden was dan zo gezwollen dat die met een gewone auto niet te passeren was. Als de regen langer dan een dag aanhield, gleed zelfs een 4-wheeldrive in de steile bocht voorbij de rivier weer naar beneden. Het handjevol pioniers sprak af dat de weg bij slecht weer niet met de auto ereden mocht worden, want dan kwamen er diepe voren in de slappe klei en dat maakte de weg ook bij droge omstandigheden onbegaanbaar. Een muilezel bood een oplossing. Een van de nieuwe bewoners had het dier ergens op de kop getikt. Als het een goede dag had, sjouwde het met enige aansporing van alles naar boven toe. Helaas was het dier vaak in een slecht humeur. Dan viel er geen land mee te bezeilen en moesten de bewoners zelf met zware jerrycans de berg opsjouwen of met de vuile was naar de rivier lopen natuurlijk.

waterplaats Muro
Wet van de communicerende vaten

Het waterprobleem bleef de dorpsbewoners bezighouden. Er werden heel wat dorpsvergaderingen aan besteed. Eén van de bewoners had een idee: als ze nu eens een lange slang van de bron van de bron naar een plek dichterbij het dorp zouden voeren? Volgens de wet van de communicerende vaten, hoefden ze er alleen maar voor te zorgen dat het uiteinde van de slang lager lag dan de bron aan de andere kant. Dan was het probleem nog niet opgelost, maar was de afstand tot het water aanmerkelijk korter.

Een goed plan en alle dorpsbewoners hielpen mee om de zware slangen over het steile, rotsachtige terrein vol prikkelstruiken op de juiste plek te leggen en aan elkaar te koppelen. Het was een klus die zich over enkele dagen tot weken uitstrekte vanwege losschietende koppelingen, gebrek aan geld en materiaal en de schroeiende hitte van de Spaanse zomer. Toen alle delen van de slang eindelijk op hun plaats lagen, moesten ze gevuld worden met water. De beide uiteinden werden dichtgestopt, de koppeling op het hoogste punt losgemaakt en jerrycans de bergkam opgesjouwd om beide slangen beetje bij beetje vol te laten lopen met water.

Natuurkunde
Toen het eindelijk gelukt was beide kanten van de slang te vullen met water, maakten de bewoners de koppeling op de bergkam weer vast, legden het uiteinde bij de bron in het water en haalden de stop aan het andere uiteinde eruit. Het water stroomde uit de slang en… de slang liep leeg, maar hevelde geen water uit de bron naar de andere kant. Luchtbellen in de slang, dachten de vasthoudende pioniers. Ze herhaalden de hele procedure van het vullen en liepen daarna met stokken het hele traject langs en sloegen op de slang om de luchtbellen naar boven te leiden. Helaas mislukte ook deze poging en alle volgende inspanningen liepen eveneens op niets uit. Teleurgesteld gingen de dorpelingen naar een nabijgelegen dorp om hun leed met een biertje te verzachten. Daar troffen ze een technicus die ze hun probleem voorlegden. De technicus lachte hen uit. Hevelen over een afstand van meer dan zeven meter was onmogelijk. Dat wist toch iedereen? De wrijving in de slang werd dan immers te groot om het hoogteverschil te overbruggen.

Er moest iets anders bedacht worden. Een pomp zou natuurlijk ideaal zijn, maar de slangen hadden de financiële reserves van de bewoners volledig uitgeput. Bovendien was er in het dorp een tekort aan elektriciteit. Als de gezamenlijke koelkast aansloeg, dimde in het hele drop het licht. Benieuwd naar wat de bewoners verzonnen om dit op te lossen? Lees mijn volgende blogpost!

Wordt vervolgd