La Clmosa met ingestorte huizen en door onkruid overwoekerd
Bij het onderzoek naar mijn nieuwe boek heb ik inmiddels veel verschillende verlaten en weer herbewoonde dorpen gezien. In verschillende stadia van ontwikkeling. Van het volledig verlaten La Clamosa met ingestorte huizen en met onkruid overgroeide weggetjes tot het geheel bewoonde Ibort, de tuintjes omheind met hekwerk en ieder een eigen brievenbus. En alles wat daartussen zit. De bioloog in mij ziet daarin een parallel met de ontwikkeling van een drooggevallen stuk grond. Eerst is er een kale vlakte, maar al snel verschijnt er een ruige grasvegetatie, gevolgd door struiken en snelgroeiende bomen tot het jaren later een evenwichtig en gevarieerd bos is geworden.

Kenmerken
Uiteraard heeft ieder verlaten dorp zijn eigen kenmerken. Belangrijk daarbij is of het dorp in de buurt van een doorgaande weg ligt of niet. Daarnaast is bepalend hoe de allereerste bewoners zich hebben georganiseerd en of de eerste bewoners in staat en bereid zijn te investeren in de herbouw. Een dorp dat ooit onteigend is geweest en als zodanig in zijn geheel eigendom is van een gemeente ontwikkelt zich anders dan een dorp waarvan de huizen nog particulier eigendom zijn. Toch kun je een zekere lijn ontdekken in de wijze waarop een verlaten dorp zich door de jaren heen ontwikkelt.

De eerste jaren
In de eerste jaren ligt de nadruk op de herbouw van enkele huizen en het organiseren van gemeenschappelijke voorzieningen. In een dorp zonder water zijn de bewoners het al snel beu met jerrycans heen en weer te lopen naar de dichtstbijzijnde bron. De aanleg van een (primitief) leidingsysteem staat doorgaans hoog op de prioriteitenlijst. Meestal legt men eerst een bovengronds leidingsysteem aan, maar na enkele winters met langdurig bevroren leidingen besluit men al snel het leidingwerk in te graven.

het organiseren van gemeenschappelijke voorzieningen

In deze periode is er doorgaans een sterk communegevoel want de bewoners zijn nog erg op elkaar aangewezen; zeker wanneer het dorp ver van de doorgaande weg af ligt en moeilijk te bereiken is met de auto. Zo helpen ze elkaar met het de berg op sjouwen van bouwmaterialen, investeren gezamenlijk in voorzieningen zoals een wasmachine en nemen boodschappen mee voor elkaar wanneer ze naar de winkel gaan. Meestal is er ook een gezamenlijke groentetuin, al of niet ecologisch.

Gezamenlijke voorzieningen
In deze fase kiezen veel dorpen ervoor een feestlocatie annex dorpsplein in te richten. De Spanjaarden kennen veel feestdagen. Zo heeft elke heilige zijn eigen feestdag en elk dorp zijn eigen beschermheilige. Een van de basisvoorzieningen voor een feest is natuurlijk een bar. En een plek voor een kampvuur met boomstammen of bankjes eromheen. Natuurlijk moeten de feestgangers ook voldoende te eten hebben en om iedereen van paella te voorzien richten de bewoners een grote buitenkeuken in. Er is nog veel meer te vertellen over deze dorpsfeesten, maar dat komt later in een van mijn blogposts aan de orde.

Een van de basisvoorzieningen voor een feest is natuurlijk een bar

Een andere gezamenlijke voorziening waar veel dorpen voor kiezen is een dorpshuis. En daarmee bedoel ik niet een gebouw voor de gemeenteambtenaren, maar een gemeenschappelijk huis van en voor iedere bewoner, waar vergaderingen georganiseerd worden, informatie wordt gedeeld via een prikbord en vaak gekookt kan worden voor het gehele dorp. Een voorbeeld van zo’n ‘jong’ dorp is Isclés waar jonge idealisten het dorp nieuw leven in blazen {link naar blog 1 over Isclés}.

Na deze eerste jaren gaat de successie verder. Er komen steeds meer mensen naar het dorp, de druk op de gemeenschappelijke voorzieningen en de beschikbare grond wordt groter, er komen conflicten en men richt zich meer op de eigen, individuele behoeften en woonstek. Maar daarover volgende week meer in deel 2 van mijn blog over de parallel tussen successie van een ecosysteem en de ontwikkeling van een verlaten en herbewoond dorp.

 

-wordt vervolgd-