beleidsroman Sonja van der ArendDeze vraag was niet aan mij gericht, maar zette me aan het denken. Er zijn veel schrijvers die ik bewonder, veel boeken waarvan ik heb genoten of die een grote indruk op me hebben gemaakt. Zo las ik als tiener de romanserie ‘De Aardkinderen’. De Amerikaanse schrijfster Jean M. Auel verrichte voor deze serie heel veel onderzoek naar de prehistorie en maakte daarmee haar boeken zo geloofwaardig dat wetenschappers waarschuwden het verhaal niet voor waar aan te nemen.

Of neem ‘Het huis met de geesten’ van Isabel Allende, zo mooi beeldend geschreven dat er een film van is gemaakt. En dan ‘De Alchemist’ van Paulo Coelho, een aaneenschakeling van diepzinnige teksten, vergelijkingen en wijze lessen. Hoe geweldig zou het zijn als ik zo’n boek kon schrijven? Of zelfs maar een hoofdstuk, een alinea desnoods. In mijn hoofd maak ik een lijstje van mijn favoriete boeken en probeer daarvan een top drie samen te stellen. Dan bedenk ik: de vraag is niet welk boek ik het beste vind, maar welk boek ik zelf had willen schrijven. Het gaat dus om het plezier van het schrijven en niet om het resultaat.

Ik denk aan Sonja van der Arend, een studiegenoot, die een roman schreef over het reilen en zeilen bij een waterschap. Met haar boek Een otter in Brussel introduceerde ze een geheel nieuw genre: de beleidsroman. Via een fictief verhaal, laat ze zien wat er komt kijken bij de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water. Dit ingewikkelde maatschappelijke onderwerp maakt ze via de romanvorm toegankelijk voor het grote publiek. Een soort storytelling, maar dan in boekvorm. Schrijven met een missie dus. In haar volgende boek ‘De nevengeul van Kampvoort’ kaart ze een ander onderwerp aan, wat bij de beleidsmakers bekend is als ‘Ruimte voor de Rivier’. Het lijkt mij fantastisch om zoiets te mogen doen.

Wat me ook aantrekt, is het schrijven van een boek met een bijzondere structuur. Onlangs herlas ik het boek Rode rozen en tortilla’s van Laura Esquivel, lang geleden prachtig verfilmd. De film (met de titel Como agua para chocolate) vertelt het magische verhaal van Tita, de jongste dochter van een overheersende en wrede moeder, die een talent heeft voor koken. Het boek is, zoals vaak, veel leuker. Het begint met een recept voor kerstbroodjes, maar meteen na de ingrediëntenlijst gaat het recept over in een verhaal dat je meeneemt naar de wereld van Tita. Hoofdstuk 2 en alle volgende hoofdstukken beginnen opnieuw met een recept dat past bij en overvloeit in het vervolg van het verhaal. Een geweldig leuk idee, wat ik graag zelf had bedacht.

En jij? Welk boek had jij graag willen schrijven?