Op het Spaanse platteland, ver van de begaande wegen...
Op het Spaanse platteland, ver van de begaanbare wegen, ligt het plaatsje Isclés. Het dorp staat op geen van mijn kaarten, is onvindbaar op Google Maps en wordt nergens genoemd de boeken over verlaten dorpen in de Pyreneeën, die ik in het afgelopen jaar heb verzameld. Het is dan ook nog maar pas ontdekt door een groepje jonge mensen die er sinds een paar jaar een nieuw bestaan proberen op te bouwen. Kortom: een ideale pek om informatie te vergaren voor mijn nieuwe boek.

Het was mijn zus die met het idee kwam en uitviste hoe we er moesten komen. Vanaf de doorgaande weg is het een heel eind over de veelal onverharde plattelandsweggetjes en het loopt al tegen de middag toen we eindelijk de plek vinden waar we de auto neer moeten zetten en onze weg te voet moeten volgen. Dit dorp is ook voor de dorpsbewoners, zelfs met hun landrovers en oude auto’s, alleen te voet te bereiken. Dat betekent dat alles wat men in het dorp nodig kan hebben, in de rugzak meegenomen moet worden. Berg op, berg af, een half uur lang. Ik probeer me voor te stellen hoe dat is. Gasflessen voor het fornuis, aardappelen, meel, bouwmaterialen: alles moet op de rug worden geladen en naar het dorp gebracht.

Iscles is alleen te voet bereikbaar

Op visite
Isclés telt een handvol huizen en ligt in een kommetje in de najaarszon. Net als in de andere dorpen die we bezoeken, worden we begroet door een luid blaffend koppel honden. Doorgaans zijn ze heel vriendelijk, maar we zijn toch op onze hoede. Het geblaf alarmeert een jonge vrouw die buiten hout aan het hakken is. Zij en haar baby blijken op dit moment de enige aanwezigen in het dorp. Mijn zus vertelt in het Spaans wat we komen doen en refereert aan een gezamenlijke kennis van wie we de routeaanwijzingen hebben gekregen. Meteen worden we uitgenodigd binnen te komen in de piepkleine eenkamerwoning, waar de vrouw (laten we haar Inés noemen) met haar man en kind woont.

AGA
Een zelfgetimmerde, rechte bank langs de muur en een tafel zijn de enige meubels. Een trapje voert naar een vide waar waarschijnlijk net plaats is voor een tweepersoons matras en een kinderbedje. De benedenverdieping wordt vooral in beslag genomen door een kleine keuken met een fornuis wat door de Spanjaarden AGA genoemd wordt. Dat is een soort tegelkachel waarin hout gestookt wordt en waarop je ook kunt koken. Inés vertelt dat ze er graag nog eens een waterreservoir bij wil kopen, zodat ze in de winter altijd warm water bij de hand heeft wanneer de kachel brandt. Het brandhout voor de kachel verzamelt ze in het bos rond het dorp.

AGA tegelkachelOp dit moment brandt de kachel niet. Inés maakt een beetje water warm op een klein tweepits butagasfornuis en biedt ons thee aan. Zijzelf en haar zoontje nemen niks, wat ons toch een beetje ongemakkelijk gevoel geeft. Maar Inés lijkt oprecht verheugd over onze komst. In de winter is het hier erg rustig, zegt ze. In de zomer zijn er meer bewoners en veel vrijwilligers. Dan bouwen ze gezamenlijk aan de herbouw van de ruïnes en onderhouden ze een gezamenlijke groentetuin. Deze zomer zijn ze begonnen met het bouwen van een schooltje waar in de toekomst zowel de kinderen uit Isclés als de kinderen uit een verderop gelegen dorp les krijgen. Het schooltje ligt niet in het dorp zelf, maar verderop. Voor Inés is dat drie kwartier lopen.

Het is bijzonder om te zien dat deze jonge mensen voor zo’n leven kiezen. Terwijl hun leeftijdgenoten uitgaan, winkelen, een appartement kopen in de stad, brengen zij hun dagen door met hout hakken, kleren wassen op de hand en brood bakken. We zeggen Inés gedag en maken een wandeling door het dorp, waarover volgende week meer.

 

-wordt vervolgd-