Een boek over het bouwen van huizen van stro
Een van mijn favorieten bij ‘uitzending gemist’ is de boekenrubriek van DWDD. Laatst zag ik daar een interview met Griet op de Beeck in het kader van het Boekenweekgeschenk. Het gesprek ging over het schrijfproces en over het verwijderen van hele hoofdstukken. Vreselijk, vond Griet, die zegt kritische te zijn op haar teksten, maar niet in die mate te schrappen. Ik dacht aan mijn eigen manuscript en voelde met haar mee. Tien hoofdstukken zijn min of meer ‘af’ en daar zitten zeker honderden uren werk in. Ik moet er niet aan denken daar ‘hele hoofdstukken’ van weg te gooien.

Schrappen
Schrappen is een must voor iedere schrijver die zichzelf serieus neemt. Dat zeggen althans de experts. Hans Hogenkamp, directeur van de Schrijversvakschool, schreef er zelfs een boek over. Het idee is dat je door een uitgebreidere beschrijving achterwege te laten, de lezer de mogelijkheid geeft zelf verbanden te ontdekken. Dat maakt het verhaal boeiender. Wie kritisch naar zijn eigen verhaal kijkt kan op deze manier alinea’s tekst doen verdwijnen. Ook op woordniveau valt er veel te winnen. Elke schrijver heeft de neiging overbodige woorden te gebruiken. Schrijver en journalist Dennis Rijnvis noemt dat woordverslaving. In zijn blog somt hij 21 veelvoorkomende signaalwoorden op waar je mee uit moet kijken.

Herschrijven
Ik vraag me af: kun je ook te compact schrijven? Doorgaans vind ik mijn eerste versie van een hoofdstuk juist te beknopt. Meestal komt er in de tweede versie van een hoofdstuk van 1.500 woorden de helft bij. In mijn enthousiasme om het verhaal voort te stuwen, verzuim ik de spanning goed op te bouwen, de setting mooi neer te zetten of de gevoelens van de personages aan te stippen voor een diepere laag in het verhaal. Dat doe ik op mijn gemak in de tweede versie, als de lijn van de opeenvolgende handelingen staat. Daarom vind ik herschrijven altijd zo leuk om te doen.

strohuizen 2

Onderzoek
Natuurlijk is er ook in mijn conceptversies genoeg te schrappen! Passages waarin ik informatie uit onderzoek heb verwerkt, komen er zelden ongeschonden vanaf. Ik steek veel tijd in het verzamelen van informatie om mijn verhaal levensecht te maken. Al die nieuw opgedane kennis vind ik zo interessant dat ik er zoveel mogelijk van wil delen met de lezer, maar juist dat haalt de vaart uit het verhaal. Van al dat onderzoek komen er hooguit een paar zinnen in het uiteindelijke manuscript. De rest verdwijnt in de digitale prullenbak.

Zo verdiep ik me op het moment in het bouwen van een strohuis. Superleuk onderwerp! In het herbewoonde dorp dat model staat voor mijn verhaal ontmoette ik een Amerikaanse vrouw die strohuizen bouwde en daar ook cursussen in gaf. Ze schreef er zelfs een boek over. In het Spaans helaas, maar met heel veel foto’s. Ik weet nu al: dat wordt schrappen...